ECLI:NL:CRVB:2005:AU8990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vervoersvoorziening reispas voor Collectief Vraagafhankelijk Vervoer
Appellant verzocht op 5 november 2002 bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven om een vervoersvoorziening in de vorm van een reispas voor deelname aan het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Na medisch advies van arts L. Ectors van Argonaut B.V. op 26 november 2002, waarin werd geconcludeerd dat er geen medische indicatie was voor een vervoersvoorziening, wees de gemeente het verzoek bij besluit van 23 december 2002 af.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 4 maart 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de Verordening Voorzieningen Gehandicapten van de gemeente Veldhoven voorschrijft dat een voorziening slechts kan worden toegekend indien deze medisch geïndiceerd is. Volgens artikel 22 van Pro de Verordening komen alleen gehandicapten met aantoonbare beperkingen die het gebruik van het openbaar vervoer onmogelijk maken in aanmerking voor collectief vervoer. Het medisch advies stelde dat appellant in staat is om zonder begeleiding gebruik te maken van het openbaar vervoer en dat zijn klachten onvoldoende medisch onderbouwd waren om een vervoersvoorziening toe te kennen.
De Raad concludeerde dat de afwijzing terecht was gehandhaafd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een vervoersvoorziening wegens het ontbreken van een medische indicatie.