ECLI:NL:CRVB:2005:AU8998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsverhouding met essentiële kenmerken van privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellantes, dochters in een concern voor logistieke dienstverlening, hadden een freelanceovereenkomst met betrokkene die verkoop- en bemiddelingswerkzaamheden verrichtte. Gedaagde kwalificeerde deze arbeidsverhouding als privaatrechtelijke dienstbetrekking en stelde betrokkene verplicht verzekerd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellantes ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat sprake was van een persoonlijke arbeidsverplichting, een reële loonbetaling en een gezagsverhouding, onder meer vanwege het fulltime werken op kantoor en deelname aan MT-vergaderingen.
De werkzaamheden van betrokkene vormden een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering van appellantes, ondanks dat deze niet tot de hoofdactiviteit behoorden. De eventuele zelfstandigheid van betrokkene en het bezit van een Verklaring Arbeidsrelatie waren volgens vaste jurisprudentie niet relevant.
De Raad concludeerde dat de arbeidsverhouding de kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vertoonde en bevestigde de besluiten van gedaagde. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsverhouding een privaatrechtelijke dienstbetrekking is en betrokkene verplicht verzekerd is.