ECLI:NL:CRVB:2005:AU9168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vermindering WAZ-uitkering wegens arbeidsinkomsten ondanks bezwaar appellant
Appellant, een zelfstandig kleermaker, kreeg een WAZ-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar de uitbetaling werd later verminderd naar 55-65% vanwege door hem verworven arbeidsinkomsten. Appellant voerde bezwaar aan tegen deze vermindering en stelde dat hij niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de invloed van zijn inkomsten op de uitkering.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende was geïnformeerd over de verrekening van arbeidsinkomsten met de uitkering, zowel mondeling als schriftelijk, en dat hij ondanks zijn gezondheidstoestand redelijkerwijs kennis kon dragen van deze invloed. De Raad verwierp het betoog dat de terugwerkende toepassing van artikel 58 WAZ Pro onredelijk bezwarend zou zijn, omdat de wet hier geen discretionaire bevoegdheid aan het bestuursorgaan toekent.
Hoewel het besluit tot vermindering pas na ruim twee jaar werd genomen, wat in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel, had dit geen invloed op de rechtmatigheid van de vermindering zelf. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De vermindering van de WAZ-uitkering wegens arbeidsinkomsten wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.