ECLI:NL:CRVB:2005:AX8364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag buschauffeur na niet voltooien van opleiding wegens spanningsklachten
Appellant werd per 1 januari 2003 tijdelijk aangesteld als metrobestuurder met een proeftijd van twee jaar. Na het starten van de opleiding tot metrobestuurder gaf appellant op 19 maart 2003 aan deze opleiding te staken vanwege angst om de metro te besturen, waarna hij zich ziek meldde. In overleg werd appellant aangemeld voor een opleiding tot buschauffeur, die hij op 31 maart 2003 met succes aanving.
Op 2 april 2003 trok appellant zich echter terug uit de buschauffeursopleiding vanwege spanningsklachten. De bedrijfsarts verklaarde hem per 7 april 2003 arbeidsgeschikt. Gedaagde besloot daarop op 3 april 2003 de tijdelijke aanstelling van appellant met onmiddellijke ingang te beëindigen, waarna per 1 mei 2003 ontslag werd verleend.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag, dat door gedaagde ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het ontslagbesluit, overwegende dat appellant niet aan de redelijke eisen en verwachtingen van de functie voldeed doordat hij de opleiding niet had voltooid en de functie niet kon vervullen.
De Raad oordeelde dat gedaagde niet verplicht was appellant een andere functie aan te bieden en dat het besluit tot ontslag binnen de proeftijd terughoudend wordt getoetst, waarbij het bestuursorgaan in redelijkheid tot het oordeel moest kunnen komen dat appellant niet geschikt was. De Raad wees tevens een verzoek tot vergoeding van proceskosten toe aan appellant.
Uitkomst: Het ontslag van appellant binnen de proeftijd wordt bevestigd vanwege het niet voltooien van de opleiding en het niet voldoen aan de functie-eisen.