ECLI:NL:CRVB:2006:AU9063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling UWV
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel uit met whiplashklachten na een verkeersongeval. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat de psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de medische beoordeling, gericht op functionele beperkingen en niet diagnoses, voldoende was onderbouwd. Wel constateerde de Raad dat de arbeidsdeskundige beoordeling met het CBBS-systeem onvoldoende transparant en controleerbaar was, waardoor het besluit niet voldeed aan de motiveringsvereisten van de Awb.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen en controleerbare motivering bij schattingsbesluiten arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.