ECLI:NL:CRVB:2006:AU9084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en proceskosten in WAO-uitkeringszaak
In deze zaak staat centraal of werkneemster vanaf 12 oktober 2000 onafgebroken arbeidsongeschikt was en of appellante onredelijk gebruik heeft gemaakt van het procesrecht. Werkneemster was werkzaam als inpakster en meldde zich ziek op 12 oktober 2000 met klachten. Een deskundigenoordeel concludeerde dat zij op die dag niet volledig arbeidsgeschikt was, ondanks een hersteldverklaring voor aangepast werk op 20 oktober 2000. Appellante betwistte dit en voerde aan dat werkneemster op 20 oktober 2000 weer volledig arbeidsgeschikt was en dat zij onterecht een WAO-uitkering ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en veroordeelde haar tot vergoeding van de proceskosten van werkneemster. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat werkneemster niet haar eigen werk hervatte maar aangepast werk, wat niet gelijkstaat aan volledige arbeidsgeschiktheid. De Raad oordeelt dat werkneemster vanaf 12 oktober 2000 onafgebroken arbeidsongeschikt was en dat gedaagde terecht een WAO-uitkering toekende.
Verder vernietigt de Raad de proceskostenveroordeling van appellante door de rechtbank wegens het ontbreken van onredelijk gebruik van procesrecht en veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten van appellante en werkneemster in hoger beroep. Ook wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Werkneemster is vanaf 12 oktober 2000 onafgebroken arbeidsongeschikt en gedaagde heeft terecht een WAO-uitkering toegekend; proceskostenveroordeling van appellante wordt vernietigd.