ECLI:NL:CRVB:2006:AU9085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks geschil over psychische beperkingen en indexcijfers
Appellant, die sinds 1982 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, betwistte de herziening van zijn uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het eerdere besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent psychische beperkingen, maar verklaarde het latere besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de psychische beperkingen niet correct waren weergegeven en dat het gebruikte indexcijfer voor het maatmaninkomen onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag niet langer ter discussie stond omdat appellant deze niet handhaafde. De verzekeringsarts had de psychische belastende factoren adequaat geconcretiseerd en de geselecteerde functies waren passend ondanks enkele overschrijdingen van belastbaarheid. Het door appellant aangevoerde item 'verantwoordelijkheid, afbreukrisico' was niet relevant voor de beoordeling.
Ten aanzien van het indexcijfer stelde de Raad vast dat het belang van appellant bij een rechterlijk oordeel over het gebruikte indexcijfer onjuist was, omdat het maatmaninkomen bij toekomstige procedures opnieuw kan worden getoetst. Bovendien zou het gebruik van het door appellant gewenste indexcijfer niet leiden tot een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.