ECLI:NL:CRVB:2006:AU9220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Opposante heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van de Raad van 29 juni 2005, waarin haar hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Raad heeft opposante in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden tijdens een zitting op 16 november 2005, waarbij opposante persoonlijk aanwezig was en geopposeerde zich niet liet vertegenwoordigen.
De Raad concludeert dat de termijn van zes weken voor het indienen van het beroepschrift niet is nageleefd en dat er geen omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De door opposante aangevoerde redenen zijn onvoldoende om het verzuim niet tegen haar te kunnen aanvoeren. Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard en blijft het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.