ECLI:NL:CRVB:2006:AU9254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na wachttijd
Appellant, werkzaam als netwerkbeheerder, viel uit wegens urologische en psychische klachten. Na afloop van de wettelijke wachttijd van 52 weken weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen.
De verzekeringsarts stelde een belastbaarheidspatroon op, dat door de bezwaarverzekeringsarts werd onderschreven. Ook werd rekening gehouden met een psychiatrische verklaring. De Raad concludeerde dat met de beperkingen van appellant voldoende rekening was gehouden en dat geen aanvullende medische stukken waren ingediend die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zouden aantonen.
Daarnaast beoordeelde een arbeidsdeskundige de functies die appellant nog zou kunnen vervullen en concludeerde dat deze binnen zijn belastbaarheid vielen. De Raad oordeelde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde het bestreden besluit van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee de weigering van de WAO-uitkering definitief werd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; weigering WAO-uitkering bevestigd wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.