ECLI:NL:CRVB:2006:AU9335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van in mindering brengen inkomsten uit arbeid op WAO-uitkering bij vergoeding gemeenteraadslid
Appellant ontving sinds 1981 een WAO-uitkering en daarnaast een vergoeding voor werkzaamheden als gemeenteraadslid. Gedaagde stelde de uitkering vanaf 1996 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid vast vanwege inkomsten uit arbeid. Appellant maakte bezwaar tegen de berekening, met name tegen het niet toepassen van een 15% onkostenvergoeding op zijn gemeenteraadsvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de 15% onkostenvergoeding alleen geldt bij een niet-gesplitste vergoeding en dat de eerdere praktijk waarbij deze korting ook werd toegepast naast een gespecificeerde onkostenvergoeding onjuist was. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt dat het standpunt van appellant niet leidt tot een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse voor 1996.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De vergoeding voor gemeenteraadslid wordt alleen gedeeltelijk als onkostenvergoeding aangemerkt indien deze niet gesplitst is in arbeidsvergoeding en onkostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.