ECLI:NL:CRVB:2006:AU9340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening berekening arbeidsongeschiktheid zelfstandige met nadruk op werkuren
Appellant, een zelfstandig exploitant van een slagerij, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het geschil betrof de omvang van de werkuren die als maatman werden gehanteerd bij de berekening van zijn arbeidsongeschiktheid. Het UWV ging uit van 55 uur per week, terwijl appellant stelde dat hij 70 uur per week werkte.
De Raad overwoog dat de eerdere opgave van 70 uur per week in een andere beoordeling niet doorslaggevend was, mede omdat die beoordeling niet tot een uitkering leidde. De Raad vond de opgave op het WAZ-formulier van 60 tot 70 uur per week realistischer en stelde de werkuren vast op minimaal 57 tot maximaal 60 uur per week, mede op basis van verklaringen van de echtgenote en leveranciers.
De Raad oordeelde dat het besluit van het UWV berustte op een ondeugdelijke arbeidskundige grondslag en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en verplicht het griffierecht te vergoeden. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met een hogere maatgevende werkweek van minimaal 57 uur.