ECLI:NL:CRVB:2006:AU9417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering op grond van andere ziekteoorzaak dan eerdere uitkering
Appellant verzocht om herbeoordeling en toekenning van een WAO-uitkering op grond van de ziekte Multiple Sclerose (MS), die in 1998 bij hem werd vastgesteld. Hij had eerder van 1990 tot 1996 een WAO-uitkering ontvangen vanwege andere gezondheidsklachten, voornamelijk voet- en onderbeenklachten gerelateerd aan een bedrijfsongeval en rugklachten.
De verzekeringsartsen van gedaagde stelden dat de arbeidsongeschiktheid die voortvloeit uit de MS een andere oorzaak heeft dan de eerdere uitkering. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het bezwaar ongegrond was en wees het verzoek af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel een verband was tussen zijn MS en de eerdere klachten, en dat er sprake was van een sluimerend chronisch ziektebeeld sinds 1990.
De Raad concludeerde echter dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die zijn stelling konden ondersteunen. De beschikbare medische informatie, waaronder een brief van de neuroloog, toonde aan dat de MS-gerelateerde klachten pas in 1998 ontstonden en geen verband hielden met de eerdere aandoeningen. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan de eerdere uitkering.