ECLI:NL:CRVB:2006:AU9490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Reis naar Barcelona als loon in natura en naheffing loonheffing over 2001
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van een door de werkgever georganiseerde personeelsreis naar Barcelona in 2000. De werkgever had de waarde van deze reis als loon in natura aangemerkt en hierover premies sociale verzekeringen nageheven. Daarnaast werd over 2001 een naheffing opgelegd wegens niet ingehouden loonheffing die de werkgever niet op de werknemers wenste te verhalen.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van de werkgever tegen de naheffing over 2001 gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rechtbank oordeelde dat de reis een overwegend recreatief karakter had en dat de naheffing over 2001 onterecht was omdat de werkgever de loonheffing niet had verhaald.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de naheffing over 2000 terecht was omdat daartegen geen hoger beroep was ingesteld. Het geschil betrof uitsluitend de naheffing over 2001. De Raad oordeelde dat het netto loonvoordeel verhoogd moet worden met de verschuldigde loonheffing in het jaar waarin de werkgever afzag van verhaal, hier 2001. Omdat de werkgever in dat jaar had aangegeven de loonheffing niet te verhalen, was het voordeel genoten en was de naheffing terecht.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond. Hiermee werd bevestigd dat de indirecte brutering van het loonvoordeel correct is toegepast en dat de werkgever de premies over 2001 moet voldoen.
Uitkomst: De naheffing van premies over 2001 is terecht opgelegd omdat de werkgever afzag van verhaal van loonheffing op werknemers.