ECLI:NL:CRVB:2006:AU9630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer en burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs
Eiseres, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in maart 2004 om uitkeringen als vervolgingsslachtoffer (Wuv) en als burgeroorlogsslachtoffer (Wubo). Zij stelde dat zij en haar moeder tijdens de Japanse bezetting onder moeilijke omstandigheden leefden, haar vader krijgsgevangen werd genomen, en zij beschietingen meemaakte tijdens de Bersiap-periode. Tevens gaf zij aan psychische en lichamelijke klachten te hebben ontwikkeld door deze oorlogservaringen.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvragen af omdat niet was vastgesteld dat zij geïnterneerd was geweest of vervolging had ondergaan in de zin van de Wuv, noch dat zij door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo lichamelijk of psychisch letsel had opgelopen dat leidde tot blijvende invaliditeit. De Raad oordeelde dat de door eiseres aangevoerde gebeurtenissen onvoldoende aansloten bij de wettelijke definitie van vervolging en dat medisch onderzoek geen verband aantoonde tussen haar klachten en oorlogsgeweld.
De Raad bevestigde dat de beleidsvrijheid van de verweersters discretionair is en dat het besluit met terughoudendheid wordt getoetst. Gezien de beschikbare gegevens en adviezen van geneeskundig adviseurs was het besluit voldoende gemotiveerd en kon het in rechte standhouden. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvragen op grond van de Wuv en Wubo worden ongegrond verklaard.