ECLI:NL:CRVB:2006:AU9766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant verzocht om een Wajong-uitkering op grond van medische beperkingen, waaronder artrose van de rechterheup en concentratieproblemen. De uitkeringsinstantie stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg en weigerde de uitkering. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie sinds het laatste specialistisch onderzoek in 1991 aanzienlijk was verslechterd en dat nader specialistisch onderzoek noodzakelijk was.
De Raad overwoog dat de beschikbare medische gegevens, inclusief recente röntgenfoto's en psychologisch onderzoek, onvoldoende aanleiding boden om het standpunt van de uitkeringsinstantie te herzien. De Raad achtte appellant in staat om de voorgestelde functies zonder urenbeperking te vervullen en met deze functies ten minste 75% van zijn maatmaninkomen te verdienen.
De rechtbank onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de medische beperkingen onvoldoende waren om een Wajong-uitkering toe te kennen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de verslechtering van de heupfunctie was meegenomen en dat er geen indicatie was voor een urenbeperking. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.