ECLI:NL:CRVB:2006:AU9923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing overschrijding belastbaarheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, kreeg per 19 juni 2002 een WAO-uitkering toegekend van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Zwolle ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor zijn stellingen over beperkte rugbelasting en psychische beperkingen.
De arbeidsmogelijkheden werden beoordeeld met het claim beoordelings- en borgingssysteem (CBBS). Hoewel er sprake was van overschrijding van de belastbaarheid bij bepaalde functies, was dit volgens overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts akkoord bevonden. De eis voor de functie portier dat appellant goed Nederlands moet spreken, werd niet als belemmering gezien.
In hoger beroep onderschrijft de Raad het medische oordeel van de rechtbank, maar oordeelt dat de onderbouwing van de overschrijding van de belastbaarheid bij het aspect frequent buigen pas later, in hoger beroep, voldoende is toegelicht. Hierdoor wordt het besluit en de uitspraak vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand volgens artikel 8:72 Awb Pro. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.