ECLI:NL:CRVB:2006:AU9937
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herzieningsverzoek weigering WUV-uitkering wegens vervolging
Eiseres heeft een herhaald verzoek ingediend tot herziening van het besluit van 15 februari 1985 waarbij zij niet als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) werd erkend. Dit verzoek werd afgewezen door verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit in een nieuw licht plaatsten.
De Raad heeft beoordeeld of het besluit van verweerster om het verzoek tot herziening af te wijzen in redelijkheid kon worden genomen. De brief van 8 mei 1964 van Der Regierungspräsident te Düsseldorf, waarin een schadevergoeding werd toegekend op grond van het Bundesentschädigungsgesetz, werd beschouwd als geen nieuw feit dat aanleiding gaf tot herziening, omdat de daarin genoemde gegevens reeds bekend waren bij het eerdere besluit.
Verder is vastgesteld dat eiseres en haar zusje tijdens de oorlogsjaren in het Maria-Internaat te Amersfoort verbleven en dat zij de sterdraagplicht hadden, maar dat dit niet leidde tot erkenning van vervolging in de zin van de Wet. Ook de inschrijving in het bevolkingsregister was bekend en leverde geen nieuwe inzichten op.
De Raad concludeert dat verweerster niet onredelijk heeft gehandeld door het herzieningsverzoek af te wijzen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die rechtvaardigen dat het eerdere besluit wordt herzien.