ECLI:NL:CRVB:2006:AU9938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijnoverschrijding in AOW-uitkeringszaak niet verschoonbaar verklaard
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (SVB) waarin zijn AOW-uitkering werd aangepast vanwege verblijf in het buitenland. Het bezwaar werd echter na de wettelijke termijn ingediend. Appellant voerde aan dat hij door het overlijden van zijn moeder en vertraging in de postbezorging het besluit pas laat had kunnen inzien.
De Raad overwoog dat appellant op of omstreeks 20 december 2002 kennis had genomen van het besluit, maar pas op 8 april 2003 het bezwaarschrift indiende. De omstandigheden die appellant aanvoerde, zoals het overlijden van zijn moeder en het verzamelen van informatie, rechtvaardigden volgens de Raad geen verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding. Er was geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die in uitzonderlijke gevallen alsnog ontvankelijkheid kan verlenen.
Uitkomst: De overschrijding van de bezwaartermijn wordt niet verschoonbaar geacht, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.