ECLI:NL:CRVB:2006:AV0051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht directeur-aandeelhouders bij conflicten over ontslag en aandelenverhoudingen
In deze zaak staat de verzekeringsplicht van directeur-aandeelhouders centraal, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) correctienota's en boetenota's oplegde aan [appellante 1] en [appellante 2]. De rechtbank Arnhem had het beroep van [appellante 1] gegrond verklaard voor de verzekeringsplicht van één directeur, mede op basis van het vertrouwensbeginsel, en de boetenota's verlaagd. Voor [appellante 2] werd het beroep afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de mogelijkheid om tegen het ontslag van een directeur-aandeelhouder te zijn doorslaggevend is voor de verzekeringsplicht. De statutaire bepalingen van [appellante 1] over ontslagbesluiten zijn nietig wegens strijd met het Burgerlijk Wetboek, waardoor de directeuren in kwestie onder gezagsrelatie vallen en verzekeringsplichtig zijn. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het Uwv geen schriftelijke toezeggingen heeft gedaan die rechten scheppen.
De Raad vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de verzekeringsplicht van één directeur betreft en bevestigt de rest van de uitspraak. Het beroep van [appellante 2] wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak verduidelijkt de criteria voor verzekeringsplicht van directeur-aandeelhouders en benadrukt het belang van wettelijke bepalingen boven statutaire afwijkingen die strijdig zijn met het BW.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van directeur-aandeelhouders wordt bevestigd, het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen en eerdere uitspraak deels vernietigd.