ECLI:NL:CRVB:2006:AV0146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering wegens schending hoorplicht
Appellant ontving een WAO-uitkering die door gedaagde op grond van artikel 44 WAO Pro werd verlaagd vanwege arbeidsinkomsten. Gedaagde vorderde terugbetaling van te veel betaalde uitkeringen over de periode 1 november 1999 tot 1 september 2001. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde in hoger beroep dat de hoorplicht zoals bedoeld in artikel 7:2 Awb Pro was geschonden, waardoor de bestreden besluiten niet in stand konden blijven.
De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare situatie speelde en stelde dat appellant niet tijdig was gehoord over de terugvordering. Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van de besluiten in stand, omdat appellant voldoende op de hoogte was van de invloed van zijn arbeidsinkomsten op de hoogte van zijn WAO-uitkering.
De Raad wees erop dat appellant meerdere besluiten had ontvangen waarin de methodiek van herziening was toegepast en dat hij een gesprek had gevoerd met een arbeidsdeskundige over de herbeoordeling van zijn uitkering. De Raad besloot de proceskosten en griffierechten ten laste van gedaagde te brengen en beperkte de vergoeding aan appellant tot de kosten die in hoger beroep waren gemaakt.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.