ECLI:NL:CRVB:2006:AV0443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAZ-uitkering wegens ontbreken winst en verlies verdiencapaciteit
Appellant, een zelfstandige jammaker, verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Hij stelde dat hij door een burn-out slechts voor 50% arbeidsgeschikt was en daardoor geen winst kon maken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond vanwege een gebrekkige motivering van het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant in geen enkel jaar winst had gemaakt en de hardheidsclausule niet van toepassing was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van de rechtbank stand houdt. De Raad stelde vast dat appellant in het jaar voorafgaand aan zijn eerste arbeidsongeschiktheidsdag verlies had geleden en geen andere inkomsten had die als winst konden worden beschouwd. Volgens artikel 8 van Pro de WAZ kan daarom geen uitkering worden toegekend.
De Raad benadrukte dat noch gedaagde noch de rechter buiten de wettelijke bepalingen om een uitkering kunnen toekennen. De hardheidsclausule van artikel 10 van Pro het Inkomensbesluit WAZ bood appellant geen soelaas omdat hij nooit winst had gemaakt. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.