ECLI:NL:CRVB:2006:AV0490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering BWOO-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige inkomsten
Gedaagde, voormalig docent, ontving een werkloosheidsuitkering op grond van het BWOO na ontslag. Uit onderzoek van de Belastingdienst bleek dat hij in de jaren 1997-1999 zelfstandigenaftrek genoot, wat niet was gemeld bij de uitkeringsinstantie. Appellant herzag daarom het uitkeringsrecht en vorderde een bedrag van €123.735,07 terug.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid in het onderzoek naar de zelfstandige werkzaamheden van gedaagde vóór het overlijden van zijn echtgenote in 1996. Appellant stelde in hoger beroep dat wel degelijk voldoende onderzoek was gedaan.
De Raad concludeert dat appellant meerdere malen om nadere informatie heeft gevraagd en dat gedaagde onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn stelling van aangehouden uren. Hierdoor is het besluit zorgvuldig genomen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond.
De Raad oordeelt dat gedaagde wist dat hij alle gewerkte uren moest melden en dat hij door het niet melden onverschuldigd uitkering heeft ontvangen. De terugvordering is rechtmatig en niet in strijd met enige wettelijke of algemene rechtsbeginselen.
Tot slot wijst de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigt het besluit van appellant tot herziening en terugvordering van de BWOO-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van de BWOO-uitkering blijft in stand.