ECLI:NL:CRVB:2006:AV0702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voortzetting WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen
In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit tot voortzetting van een WAO-uitkering voor vijf jaar vernietigde wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid.
De rechtbank oordeelde dat de drie functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd niet met de betrokkene waren besproken en dat een uitlooptermijn ontbrak, waardoor het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. Tevens vond de rechtbank dat niet alle functies geschikt waren voor de betrokkene.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat de betrokkene schriftelijk en inhoudelijk voldoende is geïnformeerd over de arbeidsmogelijkheden. De Raad vindt geen grond voor een uitlooptermijn bij voortzetting van de uitkering en acht de motivering en zorgvuldigheid van het besluit toereikend.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond, waarmee het bestreden besluit gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot voortzetting van de WAO-uitkering blijft ongewijzigd gehandhaafd.