ECLI:NL:CRVB:2006:AV0716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beoordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering ongegrond verklaarde. De uitkering was herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 25-35% per 9 juni 2002.
De Raad heeft het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Van Kempen, waarin rekening werd gehouden met de rugklachten en beperkingen van appellante, beoordeeld. Ook werd de medische informatie van de huisarts en psycholoog meegenomen. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen, mede gelet op artikel 8:69 Awb Pro.
De medische beoordeling werd als zorgvuldig en actueel beschouwd, ondanks de stelling van appellante dat deze op verouderde gegevens berustte. De Raad concludeerde dat de artsen de gezondheidstoestand van appellante adequaat hebben beoordeeld en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.