ECLI:NL:CRVB:2006:AV0738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om een WAO-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid per 18 september 2002. De rechtbank Breda wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De medische beoordeling van het UWV, ondersteund door meerdere verzekeringsartsen, concludeerde dat appellant geen verminderd arbeidsvermogen had als direct gevolg van ziekte op de betreffende datum. De rapportage van de door appellant overgelegde psychiater Kazemier, die zijn oordeel baseerde op anamnese zonder objectivering en meer dan twee jaar na de peildatum, overtuigt de Raad niet.
Ook het feit dat appellant na een periode van herstel later bij een andere werkgever opnieuw met psychische klachten uitviel, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad acht de medische beoordeling zorgvuldig en ziet geen reden om het eerdere besluit te wijzigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens ontbreken van ziekte of gebrek op de peildatum.