ECLI:NL:CRVB:2006:AV0751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als voltijds telefoniste/receptioniste, vroeg een WAO-uitkering aan na uitval door vermoeidheids- en rugklachten in verband met zwangerschap en bevalling. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na de wettelijke wachttijd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder die van verzekeringsarts Altena en bezwaarverzekeringsarts Cramer, concludeerden dat appellante geschikt was voor haar eigen werk. Hoewel appellante psychische klachten zoals concentratiestoornissen, emotionele instabiliteit, vermoeidheid en slapeloosheid aanvoerde, vond de Raad dat hiermee voldoende rekening was gehouden.
De Raad oordeelde dat de aanvullende medische informatie, waaronder een brief van de behandelend psycholoog, geen aanleiding gaf tot het aannemen van zwaardere beperkingen. Ook de arbeidskundige beoordeling bevestigde dat het eigen werk van appellante passend was. Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.