ECLI:NL:CRVB:2006:AV0760

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-528 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • C.G. Kasdorp
  • G.L.M.J. Stevens
  • J.L.P.G. van Thiel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op herzieningsverzoek WUV-uitkering overledene

De erven van een overledene hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin werd geweigerd een WUV-uitkering toe te kennen. Het bestreden besluit handhaafde de weigering en stelde dat de erven niet gerechtigd zijn een verzoek tot herziening in te dienen voor het besluit dat ten aanzien van de overledene is genomen.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat deze opvatting in overeenstemming is met een eerdere uitspraak van 3 juli 2003, waarin een soortgelijk verzoek van de erven ook werd afgewezen. Er waren geen gronden aanwezig om proceskosten toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de erven geen recht hebben op herziening van het besluit tot weigering van de WUV-uitkering over de overledene. Het vonnis werd uitgesproken op 5 januari 2006 na behandeling op 24 november 2005.

Uitkomst: Het beroep van de erven wordt ongegrond verklaard; geen recht op herziening van het besluit tot weigering WUV-uitkering over de overledene.

Uitspraak

05/528 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
de erven van [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats], eisers,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 30 december 2004, kenmerk JZ/T90/2004/0828, heeft verweerster ten aanzien van eisers een besluit genomen.
Tegen dit besluit hebben eisers op bij beroepschrift aangegeven gronden bij de Raad beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 24 november 2005.
Aldaar is namens eisers verschenen W.F. Bekker, wonende te Venlo, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Bij het nu bestreden besluit heeft verweerster gehandhaafd haar opvatting dat eisers niet gerechtigd zijn om een verzoek tot herziening in te dienen van een ten aanzien van wijlen [betrokkene] genomen besluit tot weigering van een periodieke uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overweegt dat die opvatting spoort met het door hem bij uitspraak van 3 juli 2003, nr. 02/2417 WUV, gegeven oordeel over het door verweerster ten aanzien van een eerder soortgelijk verzoek van eisers genomen besluit.
Het beroep van eisers kan derhalve niet slagen.
De Raad acht voorts geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2006.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.