ECLI:NL:CRVB:2006:AV0763
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vrijheidsberoving
Eiser, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in januari 2004 om erkenning als vervolgingsslachtoffer op grond van verblijf in het Tjiboenoetkamp tijdens de Japanse bezetting. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser vervolging in de zin van de Wet had ondergaan.
Eiser stelde dat hij, net als zijn tweelingbroer, erkend moest worden vanwege verblijf in het kamp. De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan vrijheidsberoving door opsluiting in kampen of gevangenissen met het oog op beëindiging van het leven of permanente bewaking. De Raad vond dat de gegevens onvoldoende bewijs boden dat eiser daadwerkelijk vrijheidsberoving had ondergaan.
De verklaringen van familieleden en de ligging van de woning buiten het kamp ondersteunden dit oordeel. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de erkenning van de broer op een vergissing berustte. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt gehandhaafd.