ECLI:NL:CRVB:2006:AV0791
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op basis van lichamelijk en psychisch letsel
In deze zaak heeft eiser, geboren in 1925, een aanvraag ingediend bij de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op basis van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Eiser baseert zijn aanvraag op gezondheidsklachten, waaronder psychische klachten, die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen. De verweerster heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet voldeed aan de wettelijke eis van lichamelijk en/of psychisch letsel dat leidt tot blijvende invaliditeit. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
Tijdens de zitting op 8 december 2005 is eiser in persoon verschenen, terwijl verweerster werd vertegenwoordigd door J.J.G.A. Theelen. De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak behandeld en de argumenten van eiser en de verweerster gewogen. Eiser betwistte de opvatting van verweerster dat er geen sprake was van psychisch letsel dat tot invaliditeit leidt. De Raad heeft de medische adviezen van geneeskundig adviseurs van de Pensioen- en Uitkeringsraad in overweging genomen, die concludeerden dat er bij eiser sprake was van een lichte tot matige chronische posttraumatische stress-stoornis, maar dat dit niet leidde tot blijvende invaliditeit.
De Raad heeft vastgesteld dat de bestreden beslissing van verweerster goed onderbouwd was en dat er geen gegronde redenen waren om aan de juistheid van deze beslissing te twijfelen. De Raad heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is en dat er geen termen zijn voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan op 19 januari 2006, waarbij de Raad het beroep van eiser ongegrond verklaarde.