ECLI:NL:CRVB:2006:AV0842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na melding van de Economische Controledienst startte het UWV een onderzoek naar niet opgegeven inkomsten uit arbeid. Dit leidde tot schorsing van de uitkering in 2000 en een korting op de uitkering vanaf 1990.
Appellant stelde dat hij slechts vrijwilligerswerk verrichtte en dat de betalingen slechts kostenvergoedingen waren, zonder sprake van inkomsten uit arbeid. Hij voerde aan dat hij niet in dienst was en dat zijn werkzaamheden educatief en therapeutisch van aard waren. De Raad oordeelde dat de inkomsten wel degelijk als inkomsten uit arbeid moeten worden aangemerkt, ongeacht of het loondienst of zelfstandige arbeid betrof.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen en dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. De korting op de uitkering werd terecht toegepast en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid blijft gehandhaafd.