ECLI:NL:CRVB:2006:AV0864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op vergoeding plastisch chirurgische behandeling krachtens Ziekenfondswet
Appellante, bij wie in 2000 een afwijking in het bindweefsel van de linkerborst werd vastgesteld, verzocht vergoeding voor een bilaterale mamma-augmentatie op basis van een esthetische indicatie. Na afwijzing van haar aanvraag en bezwaar door Stichting Centrale Zorgverzekeraarsgroep, stelde zij hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen omdat niet werd voldaan aan de criteria van artikel 2 van Pro de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet. Deze criteria stellen dat alleen aanspraak bestaat op plastisch-chirurgische behandeling ter correctie van afwijkingen met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen of verminkingen door ziekte, ongeval of geneeskundige verrichting.
De Raad nam de medische adviezen en rapporten in overweging, waaronder die van plastisch chirurg Boeckx en dermatologen Ostertag en Steijlen. Hoewel er sprake was van een litteken en losgelaten transplantaat, bleken er geen functiestoornissen of verminkingen die onder de regeling vallen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De aanvraag voor vergoeding van de plastisch chirurgische behandeling wordt afgewezen omdat niet wordt voldaan aan de wettelijke criteria.