ECLI:NL:CRVB:2006:AV0871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid functies en motivering bij weigering WAO-uitkering na wachttijd
Appellante is in augustus 2000 wegens rugklachten arbeidsongeschikt geraakt en verzocht om een WAO-uitkering na afloop van de wachttijd. Het eerste besluit van 18 juli 2001 weigerde deze uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering van het maatmaninkomen, maar oordeelde dat de functies passend waren. Gedaagde nam een nieuw besluit waarin appellante alsnog werd toegerekend een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij volledig arbeidsongeschikt was door rug- en psychische klachten en dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de geduide functies te vervullen. Tevens verzocht zij om inschakeling van deskundigen. De Raad overwoog dat de medische rapporten van neuroloog, orthopedisch chirurg en bezwaarverzekeringsarts de rugklachten bevestigen, maar geen objectieve medische gronden voor psychische beperkingen op de datum van belang aanwezig zijn.
De Raad achtte het verzoek om deskundigen niet nodig en concludeerde dat de taalvaardigheid van appellante voldoende is, mede gezien de aard van de functies en de ervaring van werkgevers met anderstaligen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het nieuwe besluit bevestigd.