ECLI:NL:CRVB:2006:AV0878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks rugklachten
Appellant, sinds 1992 in Nederland en sinds 2000 werkzaam als assembleerder, staakte zijn werk wegens rugklachten. De aanvraag voor een WAO-uitkering werd afgewezen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank bevestigde dit oordeel op basis van medische rapporten en arbeidsdeskundige functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er onvoldoende medisch onderzoek was gedaan en dat zijn beperkingen, mede door psychische en fysieke martelingen, onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde hij dat zijn analfabetisme hem belemmerde in het vervullen van functies.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist was en dat de aangeleverde gegevens reeds in de beoordeling waren betrokken. De brief over martelingen bood onvoldoende grond om het persoonlijk en sociaal functioneren als relevant beperkt te beschouwen. De arbeidsdeskundige had rekening gehouden met het laagste opleidingsniveau, en er waren voldoende passende functies beschikbaar.
De Raad zag geen reden voor aanvullend medisch onderzoek en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.