ECLI:NL:CRVB:2006:AV1033

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-2584 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 8:75 AwbWet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ondeugdelijke motivering

Eiseres heeft een hernieuwde aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, heeft dit verzoek afgewezen omdat volgens haar de psychische klachten van eiseres niet in verband staan met het oorlogsgeweld en niet leiden tot blijvende invaliditeit.

De Raad baseert zich op het advies van de geneeskundig adviseur van verweerster, die concludeerde dat de psychische klachten niet causaal verband houden met de oorlogscalamiteit. Echter, uit een eerdere rapportage van een andere arts blijkt dat deze klachten wel degelijk als PTSS-kenmerken zijn vastgesteld en in causaal verband met de oorlogscalamiteit staan.

De Centrale Raad oordeelt dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en vernietigt het besluit. Verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2584 WUBO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 20 april 2005, kenmerk JZ/Q70/2005, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Tegen dat besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift heeft eiseres uiteengezet waarom zij zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 15 december 2005. Daar is eiseres niet verschenen en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Bij het na gemaakt bezwaar genomen bestreden besluit heeft verweerster op een door eiseres in juli 2004 bij verweerster ingediende hernieuwde aanvraag, primair ertoe strekkende om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer, afwijzend beslist op de grond dat niet is voldaan aan de ingevolge de Wet geldende eis dat er sprake is van lichamelijk en/of psychisch letsel ten gevolge van het ondervonden oorlogsgeweld leidend tot blijvende invaliditeit in de zin van de Wet. In dat verband heeft verweerster overwogen - voor zover hier van belang - dat de bij eiseres aanwezige psychische klachten niet in verband staan met het ondervonden oorlogsgeweld.
De Raad overweegt als volgt.
Blijkens de gedingstukken is het standpunt van verweerster ontleend aan het advies van haar geneeskundig adviseur, de arts R. van Gorkum van 28 januari 2005. Deze arts concludeert in dit advies dat de reeds door de arts G.J. Laatsch in 1998 vastgestelde psychische klachten (enkele PTSS-kenmerken) nog steeds bij eiseres aanwezig zijn, maar dat deze klachten niet in verband kunnen worden gebracht met de geverifieerde oorlogscalamiteit.
De Raad stelt echter vast dat uit de onder de gedingstukken aanwezige rapportage van 26 maart 1998 van de arts G.J. Laatsch naar voren komt dat deze arts de psychische klachten (enkele PTSS-kenmerken) onder “DSM diagnose” heeft beoordeeld als staande in causaal verband met de oorlogscalamiteit.
De Raad kan op grond hiervan tot geen andere conclusie komen dan dat het bestreden besluit al daarom op een ondeugdelijke motivering berust, ertoe leidende dat dit besluit wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden vernietigd.
Nu niet is gebleken van kosten welke op grond van het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb voor vergoeding in aanmerking komen, beslist de Raad als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende;
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat verweerster een nieuw besluit neemt met in achtneming van deze uitspraak;
Gelast dat de Pensioen- en Uitkeringsraad het door eiseres betaalde griffierecht ad € 35,- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2006.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.