ECLI:NL:CRVB:2006:AV1050
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- J.P. Schieveen
- Rechtspraak.nl
Overschrijding van de beroepstermijn in bestuursrechtelijke procedure
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 26 januari 2006 uitspraak gedaan in het kader van een verzetprocedure. De opposante, wonende in Indonesië, had verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van de Raad van 31 maart 2005, waarin haar beroep tegen een besluit van de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad niet-ontvankelijk was verklaard. Dit gebeurde omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. De opposante heeft op 11 juli 2005 verzet aangetekend, maar is niet verschenen op de zitting van 15 december 2005, waar de geopposeerde, vertegenwoordigd door mr. T.R.A. Dircke, wel aanwezig was. De Raad heeft vastgesteld dat de opposante in haar verzet geen gronden heeft aangevoerd die tot gegrondverklaring van het verzet zouden kunnen leiden. De door haar opgegeven redenen voor de overschrijding van de beroepstermijn werden niet als voldoende geacht om aan te nemen dat zij niet in verzuim was. De Raad heeft daarom, met toepassing van artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan in het openbaar, met mr. G.L.M.J. Stevens als rechter en J.P. Schieveen als griffier.