ECLI:NL:CRVB:2006:AV1054
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens onvoldoende bewijs van invaliditeit door oorlogservaringen
Eiser, geboren in 1927 in het voormalige Nederlands-Indië, diende een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van lichamelijke en psychische klachten die zouden voortkomen uit zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan de wettelijke eis van blijvende invaliditeit door oorlogsletsels.
In beroep stelde eiser dat zijn psychische klachten, waaronder een niet geaccepteerde geaardheid en verhoogde prikkelbaarheid, wel degelijk tot invaliditeit leidden. Medische adviezen van geneeskundig adviseurs en een medisch onderzoek bevestigden een posttraumatische stressstoornis, maar concludeerden dat deze klachten slechts geringe beperkingen in het dagelijks functioneren veroorzaakten.
De Raad oordeelde dat de afwijzing deugdelijk was gemotiveerd en dat onvoldoende medische gronden bestonden om te twijfelen aan het standpunt dat geen sprake was van invaliditeit in de zin van de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WUBO-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van invaliditeit.