Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2006:AV1056

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/6924 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring verzet wegens termijnoverschrijding bij indienen beroepschrift

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet gedaan, dat echter te laat bij de Raad werd ingediend.

Tijdens de behandeling van het verzet is vastgesteld dat opposant geen gegronde redenen heeft aangevoerd voor de termijnoverschrijding. De door opposant opgegeven reden, namelijk de ontoereikendheid van de beroepstermijn vanwege distributieproblemen in afgelegen gebieden van Indonesië, wordt niet als een geldige omstandigheid erkend. De Raad overweegt dat er reeds een langere beroepstermijn van 13 weken geldt voor personen die in het buitenland verblijven, zoals opposant.

De Centrale Raad van Beroep concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen en verklaart het verzet daarom ongegrond.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/6924 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Indonesie, opposant
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 28 april 2005 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 14 juni 2004 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij brief van 28 april 2005, welke op 6 juli 2005 bij de griffie van de Raad is ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van 15 december 2005. Daar is opposant niet verschenen. Geopposeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad heeft vastgesteld dat opposant in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot een gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
De in de verzetsprocedure door opposant opgegeven redenen voor de termijnoverschrijding te weten, dat de termijn van 13 weken ontoereikend is vanwege de distributie van brieven naar afgelegen gebieden in Indonesië, kan niet worden aangemerkt als omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest. Daartoe neemt de Raad in aanmerking dat bij toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 met moeilijkheden omtrent de postbezorging die specifiek verband houden met het gevestigd zijn in het buitenland, reeds in algemene zin rekening is gehouden door voor die personen een langere beroepstermijn te laten gelden dan gebruikelijk, namelijk 13 in plaats van 6 weken.
In verzet zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2006.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.