ECLI:NL:CRVB:2006:AV1076

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/284 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Opposante kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat haar financiële situatie het niet mogelijk maakte om tijdig te betalen.

De Raad heeft het verzet behandeld tijdens een zitting waarop geen partijen aanwezig waren. Na beoordeling concludeerde de Raad dat opposante voldoende tijd had gekregen om het griffierecht te voldoen en dat er geen gronden waren om het verzet gegrond te verklaren. De Raad wees het verzet af en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring.

De uitspraak benadrukt het belang van tijdige betaling van griffierechten en bevestigt dat financiële omstandigheden geen reden zijn om de termijn te verlengen, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdig betalen van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/284 ZW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 2 december 2004, reg.nr. 03/2926 ZW, tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 24 augustus 2005, welke op 25 augustus 2005 aan partijen is verzonden, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.
Opposante is tijdig van die uitspraak in verzet gekomen.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 23 december 2005, waar beide partijen –met voorafgaand bericht– zich niet hebben laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
Bij uitspraak van 24 augustus 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de bij brief van 10 mei 2005 gestelde termijn, welke eindigde op 23 mei 2005, is bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie is betaald.
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of bij de uitspraak van 24 augustus 2005 terecht is geoordeeld dat het hoger kennelijk niet-ontvankelijk is te achten.
Door opposante is in het verzetschrift en het aanvullend verzetschrift aangevoerd dat het wegens haar financiële situatie niet mogelijk was om het griffierecht binnen de door de Raad gestelde termijn te voldoen.
Hetgeen namens opposante in verzet is aangevoerd bevat geen grond waarop kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest het griffierecht tijdig te voldoen. De Raad is van oordeel dat opposante duidelijk is gewezen op het feit dat de indiener van een hoger beroep een griffierecht verschuldigd is, terwijl opposante geruime tijd in de gelegenheid is gesteld om het griffierecht tijdig te voldoen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. T.L. de Vries als voorzitter in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2006.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) T.S.G. Staal.