ECLI:NL:CRVB:2006:AV1081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 5 juli 1997
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 5 april 2002 waarbij zijn WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 5 juli 1997 werd ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens gedaagde minder dan 15% bedroeg. Na afwijzing van het bezwaar door gedaagde op 1 november 2002, stelde appellant hoger beroep in met het argument dat zijn beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat zijn medische situatie was verslechterd na het onderzoek van maart 1997.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de gezondheidstoestand vóór 5 juli 1997 en dat een verslechtering daarna niet relevant was voor dit besluit. Het verzoek van appellant om een medisch deskundige te benoemen werd afgewezen wegens onvoldoende grond. De Raad achtte de medische rapporten van verzekeringsarts Van Oort en bezwaarverzekeringsarts Kokenberg, ondersteund door eerdere medische expertise, voldoende betrouwbaar om het besluit te dragen.
De door appellant ingebrachte aanvullende medische informatie, waaronder rapporten van artsen Yaâgoubi en Bouchtib, konden het oordeel niet wijzigen omdat deze deels reeds bekend waren of betrekking hadden op een periode na 5 juli 1997. De Raad concludeerde dat appellant met de gestelde beperkingen in staat was de geselecteerde functies te vervullen en bevestigde daarom het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 5 juli 1997 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.