ECLI:NL:CRVB:2006:AV1090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens duurzame benutbare mogelijkheden
Appellant, voormalig rangeerder bij de Nederlandse Spoorwegen, ontving sinds 1986 een invaliditeitspensioen van 80% of meer. Na verzelfstandiging van het pensioenfonds werd hem in 1994 een WAO-uitkering toegekend met dezelfde mate van arbeidsongeschiktheid. In een TBA-herbeoordeling is deze mate per 15 juli 2001 vastgesteld op 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij medisch meer beperkt is dan aangenomen, verwijzend naar onderzoeken door Turkse en Nederlandse artsen en betoogde dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de aan hem voorgehouden functies te vervullen. De Raad overwoog dat de medische situatie op de datum van beoordeling leidend is en dat de nieuwe medische stukken betrekking hebben op latere data en daarom buiten beschouwing blijven.
De Raad concludeerde dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden heeft, mede gelet op zijn activiteiten in Turkije en zijn zelfstandige reis naar Nederland voor de zitting. Ook achtte de Raad de aan hem voorgehouden functies passend gezien zijn taalvaardigheid en administratieve ervaring. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.