ECLI:NL:CRVB:2006:AV1103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen
Betrokkene, voormalig autospuiter, ontving een WAO-uitkering die in 1998 werd herzien van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Na een verzoek tot herziening vanwege vermeende toegenomen beperkingen, onderzocht het UWV betrokkene en stelde belastbaarheidsprofielen op. De rechtbank vernietigde het latere besluit van het UWV wegens onduidelijkheden over de belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de onduidelijkheid voortkwam uit een verkeerd gedingstuk dat betrekking had op een andere persoon. Wel oordeelt de Raad dat het arbeidskundig onderzoek onzorgvuldig was voor het tijdvak 1 juli 1999 tot 9 juni 2000 en vanaf 14 april 2001, waardoor deze besluiten niet in stand kunnen blijven.
Het UWV dient nieuwe beslissingen te nemen met inachtneming van de bevindingen van de Raad. De Raad bevestigt het oordeel dat de beperkingen vanaf 1 juli 1999 en 1 april 2000 adequaat zijn vastgesteld, maar wijst op het ontbreken van een arbeidskundige beoordeling voor het eerste tijdvak. De proceskosten worden aan het UWV opgelegd.
Uitkomst: Besluit UWV vernietigd voor twee tijdvakken en nieuwe beslissing op bezwaar opgelegd.