ECLI:NL:CRVB:2006:AV1176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij bezwaar tegen besluit gemeente Hoorn
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar waarin haar bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn ongegrond werd verklaard. De Raad beoordeelt of het beroep ontvankelijk is, waarbij de beroepstermijn een cruciale rol speelt.
Het besluit waartegen het beroep is ingesteld, is op 12 januari 2004 aan de advocaat van appellante toegezonden. De uiterste datum voor het indienen van het beroepschrift was 23 februari 2004. Het beroepschrift werd echter pas op 24 februari 2004 ontvangen. De Raad onderzoekt of het beroepschrift tijdig per post is verzonden, zoals vereist volgens artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De enveloppe bevatte een frankeermachine-afdruk met datum 20 februari 2003, wat niet overeenkomt met het juiste jaar, en er ontbraken poststempels of andere bewijsstukken van verzending via TPG Post. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het beroepschrift tijdig per post was verzonden. Er werd ook geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding aangetoond. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De gemeente Hoorn wordt verplicht het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.