ECLI:NL:CRVB:2006:AV1182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsduur door appellante
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 25-35%, omdat zij meent slechts 24 uur per week te kunnen werken vanwege fibromyalgie. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde dat appellante geschikt is voor voltijdse arbeid in andere functies dan haar oorspronkelijke werk als ziekenverzorgster.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat er geen medische aanwijzingen waren om een urenbeperking te handhaven. De door appellante aangevoerde noodzaak voor rustperioden kon medisch niet worden onderbouwd. Ook in hoger beroep bracht appellante geen nieuwe medische gegevens aan die aanleiding zouden geven tot een ander oordeel.
De Raad volgde daarmee de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 13 januari 2006 in het openbaar uitgesproken door mr. J.W. Schuttel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.