ECLI:NL:CRVB:2006:AV1232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAZ-uitkering en geschiktheid geselecteerde functies
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ werd toegekend met een mate van 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant betwistte de medische en arbeidskundige beoordeling en stelde dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden doordat het aangepaste CBBS-systeem niet integraal was toegepast.
De Raad constateerde dat het UWV in de procedure zowel de medische als arbeidskundige grondslag van het besluit had gewijzigd, waarbij nieuwe functies waren geselecteerd die ook op de datum van toekenning actueel waren. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd moesten worden wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Toch achtte de Raad de medische en arbeidskundige onderbouwing uiteindelijk toereikend en vond geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit te wijzigen. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.