ECLI:NL:CRVB:2006:AV1413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende bijstandsuitkering ondanks ziekte van zoon
Appellante verzocht om bijstand met ingang van 8 juli 2002, maar diende haar aanvraag pas op 5 december 2002 in. De gemeente stelde de ingangsdatum van de uitkering vast op 21 november 2002, de datum waarop appellante zich bij het CWI meldde.
Appellante voerde aan dat haar meervoudig gehandicapte zoon en de daarmee samenhangende ziekenhuisbezoeken haar verhinderden eerder een aanvraag in te dienen. De Raad oordeelde echter dat dit geen absoluut en voortdurend beletsel vormde om een aanvraag in te dienen, al dan niet met hulp van derden.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Leeuwarden en wees het hoger beroep af. Er werden geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die een eerdere ingangsdatum van de bijstand rechtvaardigen.
De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten en bevestigde het besluit van de gemeente Heerenveen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de bijstand blijft 21 november 2002.