ECLI:NL:CRVB:2006:AV1416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht masseuses als privaatrechtelijke dienstbetrekking
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen waarin werd vastgesteld dat masseuses in haar erotische massagesalon een privaatrechtelijke dienstbetrekking hebben en daarmee verzekeringsplichtig zijn onder de sociale werknemersverzekeringswetten.
De Raad baseert zijn oordeel op een rapport van de belastingdienst en het UWV, waaruit blijkt dat er sprake is van een geordende organisatie met verplichte persoonlijke arbeidsverrichting, werkplanning, toezicht en loonbetaling. De masseuses ontvangen betalingen die niet anders kunnen worden gezien dan als loon, ondanks dat zij deels zelf betalingen innen voor extra diensten.
Appellante betwist de gezagsverhouding en stelt dat de masseuses vrij zijn in werktijden en werkzaamheden, en dat zij onzorgvuldig wordt behandeld. De Raad oordeelt echter dat appellante als beheerster een overheersende rol heeft, sturing en toezicht uitoefent, en dat de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad wijst verder het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur af, omdat het wettelijke regime dwingendrechtelijk is. De verzekeringsplicht geldt vanaf de legalisering van de branche op 1 oktober 2000, en het besluit van het UWV wordt bevestigd.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van masseuses als privaatrechtelijke dienstbetrekking wordt bevestigd vanaf 1 oktober 2000.