ECLI:NL:CRVB:2006:AV1653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eigen bijdrage AWBZ-zorg met terugwerkende kracht
Appellanten, de erven van betrokkene, stelden zich in hoger beroep op het standpunt dat de vaststelling van de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg met terugwerkende kracht per 1 juli 2001 onrechtmatig was. Zij voerden aan dat de wet- en regelgeving geen grondslag biedt voor terugwerkende verhoging en dat dit hun keuzevrijheid voor particuliere zorg heeft beperkt. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat hoewel het pensioeninkomen van betrokkene stabiel was, andere relevante inkomensgegevens waren gewijzigd, wat een wijziging van de eigen bijdrage rechtvaardigde. Het feit dat de vaststelling later dan gebruikelijk plaatsvond, leidt niet tot het vervallen van de herziening. Appellanten konden rekening houden met jaarlijkse wijzigingen van de eigen bijdrage en mochten niet vertrouwen op stilzitten van het zorgkantoor.
De Raad wees ook het argument af dat door de terugwerkende kracht de mogelijkheid tot keuze voor particuliere zorg werd gefrustreerd, omdat betrokkene AWBZ-zorg heeft genoten waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de terugwerkende vaststelling van de eigen bijdrage per 1 juli 2001.