ECLI:NL:CRVB:2006:AV1865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij montagewerkzaamheden ondanks VAR
Appellante, een producent en monteur van aluminium kozijnen en puien, maakte gebruik van eigen personeel en ingehuurde montagebedrijven met en zonder personeel. De looninspecteur stelde vast dat montagebedrijven zonder personeel in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot appellante. Dit leidde tot premiecorrecties en boetes opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De rechtbank vernietigde het besluit voor het jaar 2001 deels, maar onderschreef het standpunt van gedaagde voor de montagewerkzaamheden van betrokkenen. Appellante voerde aan dat betrokkenen beschikten over een VAR, waardoor geen dienstbetrekking zou bestaan. De Raad oordeelde echter dat de aanwezigheid van een VAR niet uitsluit dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking is.
De Raad stelde vast dat de drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig waren: gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling. Het incidenteel vervangen door gelijkwaardig gekwalificeerde personen deed hieraan niet af. Het beroep op beleidsregels en het vertrouwensbeginsel faalde, en het onderzoek van de looninspecteur werd als zorgvuldig beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.