ECLI:NL:CRVB:2006:AV1978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor kinderen woonachtig in het buitenland zonder voldoende onderhoudsbewijs
Appellant vordert kinderbijslag voor zijn aangehuwde kinderen die in Djibouti en Somalië wonen. De Sociale verzekeringsbank heeft dit geweigerd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de kinderen voldoende heeft onderhouden. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil betreft de bewijsvoering van de onderhoudsbijdragen. Appellant heeft via Western Union bedragen overgemaakt, maar de verklaringen over ontvangst door de verzorgster missen ondertekening door de opstellers en worden daardoor niet overtuigend geacht. De Raad stelt dat appellant elke stap van het betalingsproces aannemelijk moet maken, en concludeert dat dit onvoldoende is gebeurd.
Daarnaast is vastgesteld dat appellant niet valt onder de overgangsregeling van de Wet BEU, waardoor artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet onverkort van toepassing is. Omdat de kinderen niet in Nederland wonen en ook niet in landen waarvoor een verdrag kinderbijslagrecht geeft, is het recht op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal 2000 terecht geweigerd.
De Raad wijst ook het beroep af dat de criteria onredelijk zwaar zijn en dat sprake zou zijn van discriminatie. De Raad acht de bewijslast passend en proportioneel gezien de omstandigheden. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende aannemelijkheid van onderhoudsbijdragen en toepassing van artikel 7b AKW.