ECLI:NL:CRVB:2006:AV1979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over proceskostenveroordeling in WW-uitkeringszaak
Appellant stelde beroep in tegen de rechtbankuitspraak waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn WW-aanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard en het bezwaar tegen de weigering van een WW-uitkering ongegrond werd verklaard. De rechtbank wees het beroep deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk en legde geen proceskostenveroordeling op aan de gedaagde.
In hoger beroep richt appellant zich uitsluitend op de proceskostenveroordeling en betoogt dat de besluiten onjuist waren en dat de werkgever gehouden was tot loondoorbetaling, wat pas tijdens het beroep bekend werd. De Raad overweegt dat de rechtbank terecht geen proceskostenveroordeling oplegde omdat het bestreden besluit niet is vernietigd en dat alleen bij vernietiging van het besluit het bestuursorgaan in beginsel in de proceskosten wordt veroordeeld.
De Raad concludeert dat de door appellant aangevoerde omstandigheden geen aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken. Ook artikel 7:15 Awb Pro biedt geen grond voor vergoeding van kosten omdat geen sprake is van herroeping van besluiten wegens onrechtmatigheid. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd aan het UWV.